Dodenherdenking en Stille Tocht

4 MEI: DORPSKERK - 19:00 UUR

De herdenkingsdienst begint om 19.00 uur. Het vrouwenkoor Euterpe verleent medewerking. De verzamelplaats voor de Stille Tocht zal zijn voor de Dorpskerk aan de Kerkstraat om 19.40 uur.

HHet Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft een overkoepelend meerjarenthema: 'Geef vrijheid door'. 2018 is het 'Jaar van Verzet'. Onderstaande tekst is mede gebaseerd op de bijdrage van Frank van Vree, directeur van het NIOD.

Verzet is geen simpele keuze

Vanuit het heden bezien, lijkt het allemaal zo logisch, verantwoord en spannend: er is een vijand, je ziet hoe onrechtvaardig de wereld is geworden en je komt in verzet, vol geheime ontmoetingen en dramatische momenten, waarbij aan het eind van het verhaal het recht zegeviert. Dat is het beeld van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals het is overgeleverd in talloze verhalen, romans en films. Maar de werkelijkheid was vaak minder simpel en spectaculair, of het nu ging om Nederland en Nederlands-Indië/Indonesië of andere landen die zuchtten onder oorlog, onderdrukking en geweld.

Om te beginnen maakten mensen verstrekkende beslissingen zonder de gevolgen te kennen. Wie besloot een onderduiker te huisvesten, een illegale krant te beginnen of in het gewapend verzet te gaan, deed dat met het oog op een ongewisse toekomst. De gevolgen van zo'n besluit konden desastreus uitpakken. Je kon worden opgepakt, waardoor je gezin of je familie brodeloos werd, maar er konden ook represailles volgen in de vorm van razzia's. De bezetter deed er alles aan om de angst voor die extremen te voeden. Er zijn dan ook heel wat mensen geweest die zich daarom onthielden van daadwerkelijke acties, al hadden ze genoeg redenen om in verzet te komen. Denk daarbij aan Joodse Nederlanders die gehoor gaven aan de oproep van de nazi's zich te melden voor transport naar Westerbork, uit angst dat hun familie anders gestraft zou worden. Vanuit dat perspectief is het niet zo verwonderlijk dat jongere alleenstaanden en mensen met zeer sterke overtuigingen in het 'hardere' gewapende verzet relatief oververtegenwoordigd waren.

Motieven om in verzet te komen

De motieven die mensen hadden om het risico van bestraffing, soms zelfs met de dood, wel te nemen, liepen sterk uiteen: een betrekkelijk klein incident of grootse idealen. Daartussen lag een waaier van mogelijke beweegredenen. Soms was een daad van verzet het laatste wat overbleef om familieleden of kameraden te helpen, voor anderen vormde de illegaliteit de enige uitweg om te kunnen overleven, om te ontkomen aan honger en kou, aan razzia's en deportaties.

In de naoorlogse herinneringscultuur is die veelheid aan motieven goeddeels verdwenen achter grote en meeslepende woorden, gebeiteld in monumenten die reppen van het vaderland, God, de klassenstrijd, solidariteit, vrijheid en democratie. Dat zijn abstracte begrippen, die soms moeilijk te verbinden zijn met de getuigenissen van de mensen die daadwerkelijk tot verzet - groot en klein - overgingen.

Ook zijn er woorden die vandaag nog even helder en relevant zijn als toen en waaruit ook inspiratie kan worden geput. Niet alleen abstracte waarden, maar het besef van verantwoordelijkheid voor de mensen om hen heen zette mensen aan tot actie. Voor de Joods-Franse filosoof Emmanuel Levinas, die de oorlog overleefde in Duitse krijgsgevangenschap, ligt in dat natuurlijke gevoel van betrokkenheid bij de medemens zelfs de essentie en het begin van alle moraliteit. Het gaat erom, aldus Levinas, dat we 'het gelaat van de Ander' durven zien, als het meest sprekende deel van het weerloze schepsel dat de ander is. Omgekeerd ziet Levinas het ontwijken van de blik van de medemens als het begin van alle geweld. Anders gezegd: in een samenleving waarin men ophoudt verantwoordelijkheid te nemen voor de ander, is de menselijke waardigheid gedoemd verloren te gaan en is ieder mens overgeleverd aan zichzelf, temidden van willekeur en rechteloosheid. Dit geldt voor zowel gebieden waar oorlog is als voor landen waar vreedzaam wordt samengeleefd.

Verantwoordelijkheid nemen voor de ander

"Wat zou jij doen?" - is wellicht de meest gestelde vraag die leerlingen na een les over onderdrukking en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog gesteld krijgen. Ook musea proberen hun bezoekers met vergelijkbare vragen tot een stellingname en identificatie te verleiden. En we zullen het onszelf ongetwijfeld ook wel eens afvragen: wat zou ik onder die omstandigheden doen? De vraag is gemakkelijk gesteld - té gemakkelijk. In de eerste plaats zijn er maar weinig mensen die openlijk durven te bekennen dat ze niet zouden helpen wanneer ze gevraagd wordt een Joods kind of een geallieerde piloot een schuilplaats te bieden. En belangrijker is, dat zo'n vraag pas écht betekenis krijgt wanneer je probeert je in te leven in de complexe omstandigheden waarin zulke besluiten genomen werden.

Het besef van verantwoordelijkheid voor de ander - dat is waar een discussie over de actuele betekenis van het verzet mee zou kunnen beginnen. Wat zou ik doen wanneer er een beroep op mij wordt gedaan, wanneer ik zie dat de waardigheid van de ander in het geding is? En hoe ver strekt mijn verantwoordelijkheid, welke middelen zijn gerecht vaardigd, welke gevolgen, voor mijzelf en voor anderen, vind ik aanvaardbaar? En hoe kies ik een kant als mijn eigen toekomst onzeker is?

Op onze zoektocht naar antwoorden kan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog ons helpen, juist omdat die oorlog, met al zijn verschrikkingen, in zo veel opzichten nog dicht bij ons staat. Een bezoek aan een museum, het bijwonen van een herdenking of het lezen van een boek kan het beginpunt van zo'n zoektocht vormen, maar is niet voldoende. Waar het om draait is na te denken over de wereld van toen én de wereld van nu, en dan over te gaan tot zelfonderzoek, met als belangrijkste vraag: in hoeverre sta ik werkelijk open voor het beroep dat de ander op mij doet?

Ook in 2018 zal, naast de Gemeentevertegenwoordiging, Veteranen en Bestuur Oranjevereniging, een krans worden gelegd door kinderen van de Wheemschool, de Hoeksteen en de Van de Berghschool. Na afloop van de dodenherdenking is er gelegenheid tot het drinken van een kopje koffie/thee in 't Kerkheem. Graag tot ziens op 4 mei in de Dorpskerk.

Namens de Oranjevereniging en de gezamenlijke kerken van Voorthuizen, H.A. Klein Obbink, tel. 47 01 32